1.
Kort is mijn wandel, weinig dagen, kort de tijd.
Kort is mijn moeite, kort is ook de strijd.
Mijn weg is gebaand hier, ook mijn kruis ligt hier bereid.
’k Zie nu spoedig Jezus in zijn heerlijkheid.
Kort is mijn moeite, kort is ook de strijd.
Mijn weg is gebaand hier, ook mijn kruis ligt hier bereid.
’k Zie nu spoedig Jezus in zijn heerlijkheid.
Refrein:
Thuis, o thuis daarboven,
zal ’k God eeuwig loven luid!
Jezus, o mijn Jezus, haalt nu dra zijn bruid.
zal ’k God eeuwig loven luid!
Jezus, o mijn Jezus, haalt nu dra zijn bruid.
2.
Alles op aarde acht ik enkel drek en scha.
Uit strik en duister redde Gods gena.
Zijn juk is gewin mij en zijn last is licht voor mij.
Nooit verschrikt mijn ziel meer, want mijn vree is Hij.
Uit strik en duister redde Gods gena.
Zijn juk is gewin mij en zijn last is licht voor mij.
Nooit verschrikt mijn ziel meer, want mijn vree is Hij.
3.
Zie, Ik ben met u, alle dagen hier op aard.
Hoor ’s Heren woord nu; wees toch onvervaard.
Zoek en gij zult vinden, zend uw bee op tot Gods troon.
Klop, en voor u open gaat een weg, zo schoon.
Hoor ’s Heren woord nu; wees toch onvervaard.
Zoek en gij zult vinden, zend uw bee op tot Gods troon.
Klop, en voor u open gaat een weg, zo schoon.
4.
Wie is mijn dienaar? Zie, in waarheid volgt hij Mij.
Waar Ik ook heenga, nooit verlaat hij Mij.
Wie verliest zijn leven om het hier te vinden weer?
Wie wil alles geven? Vriend zijn van de Heer?
Waar Ik ook heenga, nooit verlaat hij Mij.
Wie verliest zijn leven om het hier te vinden weer?
Wie wil alles geven? Vriend zijn van de Heer?