169

Ik zing zo blij van harte voor God mijn lofgedicht

1.
Ik zing zo blij van harte voor God mijn lofgedicht.
Hij bracht mij uit het duister, mijn leven kwam in ’t licht.
Het maakt dat ik steeds waakzaam in Christus blijf bewaard,
mij dwaasheid en misleiding der zonde wordt bespaard.
2.
Ik ben nu van de dood en van heel zijn macht bevrijd.
Ik heb een nieuw verbond met mijn Heer in eeuwigheid.
God heeft zijn Geest gegeven, die dit verbond behoedt.
Zijn Geest getuigt bij ’t vloeien van ’t water en het bloed.
3.
Hier is de poort des hemels, wordt zuiver goud gekocht
door ieder die ’t getuig’nis der waarheid heeft gezocht.
Want waarde heeft alleen wat de vuurproef kan doorstaan;
de waarheid zal getuigen voor wie de weg wil gaan.
4.
Juist daarom strijd ik nu voor ’t geloof de goede strijd.
’t Is ons door God geschonken in zijn goedgunstigheid.
De zonde is heel krachtig en heeft het vlees als vriend;
wens jij een open hemel, gebruik dan ’t zwaard, mijn vriend!
5.
Al wat wordt neergehouwen, dat wordt Gods akkerland.
Hier groeit de vrucht des Geestes, hier komt de Bruid tot stand.
Dus moeten wij bezonnen, met kracht en onvervaard
hier werkzaam zijn in alles, als licht en zout op aard.
Geschreven door Thorolf Eriksen (gepubliceerd in 1929)Tekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ Bb