1.
Zou je niet heel graag Gods rust willen vinden,
jij die je door aardse schijn laat verblinden
en je door angst en door onrust laat binden?
/: Kom, nog is het tijd, :/
jij die je door aardse schijn laat verblinden
en je door angst en door onrust laat binden?
/: Kom, nog is het tijd, :/
2.
Zit je van binnen soms vol angst en beven?
Jezus begrijpt je, wil vrede je geven,
Hij weet hoe ’t is om als mens hier te leven.
/: Kom, nog is het tijd, :/
Jezus begrijpt je, wil vrede je geven,
Hij weet hoe ’t is om als mens hier te leven.
/: Kom, nog is het tijd, :/
3.
Doordat Hij stierf, kan Hij jou leven schenken.
Wijs Hem niet af! Je moet heel goed bedenken:
jij gaat verloren als jij Hem laat wenken!
/: Kom, nog is het tijd, :/
Wijs Hem niet af! Je moet heel goed bedenken:
jij gaat verloren als jij Hem laat wenken!
/: Kom, nog is het tijd, :/
4.
Waar zoek je vastheid, waar zoek je je krachten,
waar vind je rust met je twijfelgedachten?
Jezus klopt aan, Hij staat buiten te wachten!
/: Laat Hem er nu in! :/
waar vind je rust met je twijfelgedachten?
Jezus klopt aan, Hij staat buiten te wachten!
/: Laat Hem er nu in! :/