1.
Wij zijn een kleine jong’renschare,
ja, wij houden Gods gebod.
We laten elke dwaalleer varen,
want wij beminnen enkel God.
ja, wij houden Gods gebod.
We laten elke dwaalleer varen,
want wij beminnen enkel God.
Refrein:
Jeugdbegeerten, die ontvluchten wij.
’t Zondige genot wijkt voor Gods gebod!
Onze tijd gaat o zo snel voorbij,
spoedig haalt de Heer zijn bruid.
’t Zondige genot wijkt voor Gods gebod!
Onze tijd gaat o zo snel voorbij,
spoedig haalt de Heer zijn bruid.
2.
Wij dienen God nu wij nog jong zijn,
nu ons levenslicht hier schijnt.
We willen van de wereld vrij zijn,
die met haar ijd’le lust verdwijnt.
nu ons levenslicht hier schijnt.
We willen van de wereld vrij zijn,
die met haar ijd’le lust verdwijnt.
3.
Wij gaan in Jezus’ voetspoor wand’len,
rein en recht als Hij, door ’t land.
Wij mijden hen die onrein hand’len,
ja, trots zijn op hun eigen schand’.
rein en recht als Hij, door ’t land.
Wij mijden hen die onrein hand’len,
ja, trots zijn op hun eigen schand’.
4.
Jaag naar zijn deugd als nooit tevoren,
gun je voor niets anders tijd,
tot we ’t bazuingeschal gaan horen!
Je tijd is om dan, wees bereid!
gun je voor niets anders tijd,
tot we ’t bazuingeschal gaan horen!
Je tijd is om dan, wees bereid!
Refrein:
Altijd voorwaarts, voorwaarts in de strijd.
God geeft alle kracht dat het wordt volbracht.
Eenmaal staan wij daar in heerlijkheid
met een vlekkeloos, wit kleed.
God geeft alle kracht dat het wordt volbracht.
Eenmaal staan wij daar in heerlijkheid
met een vlekkeloos, wit kleed.