385

Liefde, o wat klinkt dat heerlijk,

1.
Liefde, o wat klinkt dat heerlijk,
die daalt tot ons neer,
die brengt vruchten, zo begeerlijk,
liefde tot de Heer!
Refrein:
Liefde is: geven je leven.
Dat is juist ons pad,
want zo heeft de Heer van ’t leven
ons eerst liefgehad.
2.
Zij kan zelfs haar leven geven.
’t Is de grootste macht.
Al wat tweedracht brengt in ’t leven,
heeft zij diep veracht.
3.
Liefde kan alles verdragen,
zij volhardt altijd.
Zij blijft hopen zonder vragen,
trouw te allen tijd.
4.
Bitter wordt de liefde nimmer,
rekent ’t kwaad niet toe;
nee, zij bindt juist samen immer;
nooit het goede moe.
5.
Nimmer toch kan zij bedenken
iets wat niet betaamt,
slechts wat goed is voor de ander;
nooit maakt zij beschaamd.
6.
Wat er ook bestaat op aarde,
’t moet toch eens vergaan.
Liefde houdt altijd haar waarde,
blijft voorgoed bestaan.
Geschreven in 1939 door Amund Fosstvedt (gepubliceerd in 1947)Gecomponeerd door Erling ZetterstrømTekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ Bb