1.
Je vindt in de wereld geen rust en geen vrede,
vlucht daarom naar Jezus; ja, haast je ermede.
Want balsem heeft Hij voor verbrijzelde harten,
Hij zalft met zijn olie de wonden die smarten.
vlucht daarom naar Jezus; ja, haast je ermede.
Want balsem heeft Hij voor verbrijzelde harten,
Hij zalft met zijn olie de wonden die smarten.
2.
Zeg mij, welke vree bracht de wereld in ’t harte?
Een vrede, die later slechts knaagde en smartte.
Ja, zo hebben velen die vrede ervaren,
terwijl z’ als een damp hier op aarde slechts waren.
Een vrede, die later slechts knaagde en smartte.
Ja, zo hebben velen die vrede ervaren,
terwijl z’ als een damp hier op aarde slechts waren.
3.
Heel diep in je hart zijn gevoelige snaren,
die zuchten en klagen in stilte al jaren.
Je zoekt te verbergen je nood en je smarte,
en schaamt je voor God hier te buigen je harte.
die zuchten en klagen in stilte al jaren.
Je zoekt te verbergen je nood en je smarte,
en schaamt je voor God hier te buigen je harte.
4.
Je lichaam, je ziel - ziek en zwak - zij verkwijnen.
Hoor Jezus! Hij roept je: “Kom, word nu de mijne.
Al ben je verloren, voor Mij heb je waarde;
Ik hef je omhoog uit d’ ellende der aarde!”
Hoor Jezus! Hij roept je: “Kom, word nu de mijne.
Al ben je verloren, voor Mij heb je waarde;
Ik hef je omhoog uit d’ ellende der aarde!”