1.
Waarom drijf jij met de zondestroom mee,
weg van de Vader, zijn vreugde en vree?
Sta stil en luister, hoor goed wat Ik zeg:
Ik ben de nieuwe en levende weg.
weg van de Vader, zijn vreugde en vree?
Sta stil en luister, hoor goed wat Ik zeg:
Ik ben de nieuwe en levende weg.
Refrein:
Zondaar, bekeer je, nu Ik op je wacht!
Iedere dag wil ’k je vullen met kracht.
Ik ben de levende weg, hoor naar Mij;
geef Mij je hart, Ik ben nu zó dichtbij!
Iedere dag wil ’k je vullen met kracht.
Ik ben de levende weg, hoor naar Mij;
geef Mij je hart, Ik ben nu zó dichtbij!
2.
Als je wilt worden mijn kind, door gena,
zie dan de wereld als vuilnis en scha!
Dat is de prijs, maar mijn Rijk wordt je deel.
Van zond’ en Satan bevrijd Ik geheel.
zie dan de wereld als vuilnis en scha!
Dat is de prijs, maar mijn Rijk wordt je deel.
Van zond’ en Satan bevrijd Ik geheel.
3.
Jij bent zo kostbaar, gekocht met mijn bloed,
jij staat gegrift in mijn handen voorgoed.
Ik dronk de beker van ’t lijden getrouw;
Ik ben de levende weg, ook voor jou.
jij staat gegrift in mijn handen voorgoed.
Ik dronk de beker van ’t lijden getrouw;
Ik ben de levende weg, ook voor jou.