139

Zing, zing van mijn Heiland

1.
Zing, zing van mijn Heiland,
zing, zing nog eens weer!
Zing tot elk hart gaat gloeien,
zing, zing keer op keer!
Zing tot je erdoor bent,
vrij, vrij van de druk,
zing tot je van binnen
overstroomt van geluk!
2.
Wie, wie trad de perskuip,
zó als het Lam Gods?
Wie overwon volkomen,
zó als onze Rots?
Wie, wie gaf er liefde,
was trouw tot de dood?
Schonk ’t water des levens
en het levende brood?
3.
Hij heeft mij gegrepen,
Hij houdt m’ in zijn hand,
heeft Satans kop verbrijzeld,
Hij brak elke band.
Hij, Hij is verrezen!
Hij vult mij met hoop;
Hij, Hij heeft met vuur en
met zijn Geest mij gedoopt.
4.
Hij, Hij laat de weg zien,
waarlangs ik moet gaan.
Duidelijk klinkt zijn spreken,
’t is snel te verstaan.
Kom, kom nu, mijn broeder,
neem, neem een besluit!
Zijn weg is eenvoudig
en wij moeten vooruit!
Geschreven door Johan O. Smith (gepubliceerd in 1929)Gecomponeerd door Even SkogsrudTekst en melodie © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ Bb