1.
Mijn ziel, wat storm je toch in mij?
God is toch altijd heel dichtbij!
Waarom is ’t vlees je steun in nood
en vrees je voor de bitt’re dood?
/: Wees stil en luister naar Gods woord,
dat je zo dikwijls hebt gehoord! :/
God is toch altijd heel dichtbij!
Waarom is ’t vlees je steun in nood
en vrees je voor de bitt’re dood?
/: Wees stil en luister naar Gods woord,
dat je zo dikwijls hebt gehoord! :/
2.
Moet je soms druk en smaad doorstaan?
Ga het verbond met Jezus aan,
die voor jou alles onderging,
de weg van ’t kruis, vernedering.
/: Door zijn gehoorzaamheid en trouw
heeft Hij de weg gebaand voor jou. :/
Ga het verbond met Jezus aan,
die voor jou alles onderging,
de weg van ’t kruis, vernedering.
/: Door zijn gehoorzaamheid en trouw
heeft Hij de weg gebaand voor jou. :/
3.
Zoek geen bewondering of eer,
en leef eenvoudig voor je Heer.
Wees als een kind, Hem toegewijd,
en voer gewoon je levensstrijd!
/: Lacht men je uit, God ziet je wel.
Zijn vrede wordt je metgezel. :/
en leef eenvoudig voor je Heer.
Wees als een kind, Hem toegewijd,
en voer gewoon je levensstrijd!
/: Lacht men je uit, God ziet je wel.
Zijn vrede wordt je metgezel. :/