1.
Jij die Jezus’ roeping hoort:
Word discipel nu! -
offer alles, hoor zijn woord:
Word discipel nu!
Als je Jezus volgen gaat,
vraagt Hij een volkomen haat.
Zie je eigen wil als kwaad!
Word discipel nu!
Word discipel nu! -
offer alles, hoor zijn woord:
Word discipel nu!
Als je Jezus volgen gaat,
vraagt Hij een volkomen haat.
Zie je eigen wil als kwaad!
Word discipel nu!
2.
Maar hoe denk jij je dat in:
word discipel nu! -
zonder zelfverloochening?
Word discipel nu!
Jij houdt nog je vrienden vast.
Ruk je los van deze last,
volg je roeping enthousiast!
Word discipel nu!
word discipel nu! -
zonder zelfverloochening?
Word discipel nu!
Jij houdt nog je vrienden vast.
Ruk je los van deze last,
volg je roeping enthousiast!
Word discipel nu!
3.
Leid je leven zoals Hij.
Word discipel nu!
Mede-erfgenaam ben jij.
Word discipel nu!
Wil je naast de heil’gen staan?
Bied het vuur dan voedsel aan,
dan zal ’t vast en zeker gaan.
Word discipel nu!
Word discipel nu!
Mede-erfgenaam ben jij.
Word discipel nu!
Wil je naast de heil’gen staan?
Bied het vuur dan voedsel aan,
dan zal ’t vast en zeker gaan.
Word discipel nu!
4.
Hij geeft kracht en maakt je vrij.
Word discipel nu!
Geef jezelf, zoals ook Hij!
Word discipel nu!
Richt je op! Je moet voortaan
in Hem vaste wegen gaan,
op de vaste grondslag staan!
Word discipel nu!
Word discipel nu!
Geef jezelf, zoals ook Hij!
Word discipel nu!
Richt je op! Je moet voortaan
in Hem vaste wegen gaan,
op de vaste grondslag staan!
Word discipel nu!