1.
Ruk op naar het heerlijk einddoel, klinkt nu het gebod.
’t Duister wijkt, reeds gaat het dagen: grijp het rijk van God!
(Matt. 11:12)
’t Duister wijkt, reeds gaat het dagen: grijp het rijk van God!
(Matt. 11:12)
Refrein:
’t Duister wijkt, het gaat reeds dagen,
strijder, gord je aan!
Wil Gods licht als wapen dragen,
zegevierend gaan!
(Rom. 13:12)
strijder, gord je aan!
Wil Gods licht als wapen dragen,
zegevierend gaan!
(Rom. 13:12)
2.
Lafaards leggen zich te rusten, slapen weldra in;
waak en loop met vaart de renbaan, ren, en overwin!
waak en loop met vaart de renbaan, ren, en overwin!
3.
Jaag, alsof slechts één de prijs geldt, dring je in met macht!
Laat je toch niet meer verleiden door des werelds pracht.
(1 Kor. 9:24)
Laat je toch niet meer verleiden door des werelds pracht.
(1 Kor. 9:24)
4.
’t Vuur verteert en ’t licht brengt oordeel. ’t Vlees moet ondergaan.
Ook al kermt en dreigt en smeekt het: bied geen vrede aan!
Ook al kermt en dreigt en smeekt het: bied geen vrede aan!
5.
Vrienden en familieleden sluiten zich aaneen.
Wees vol kracht, verscheur hun netten, breek er dwars doorheen!
(Matt. 10:37)
Wees vol kracht, verscheur hun netten, breek er dwars doorheen!
(Matt. 10:37)
6.
Dreigend loert de dood van achter, voor je schijnt het vuur.
Wees gewillig, kies het lijden, ’t is slechts kort van duur.
Wees gewillig, kies het lijden, ’t is slechts kort van duur.
Refrein:
Wij slaan niet maar in den blinde,
slaan wij: ’t brengt de dood!
Dat bevrijdt ons van de dwaasheid,
helpt ons uit de nood!
slaan wij: ’t brengt de dood!
Dat bevrijdt ons van de dwaasheid,
helpt ons uit de nood!