371

Waak op, mijn vriend, bekleed je met Gods kracht

1.
Waak op, mijn vriend, bekleed je met Gods kracht,
drink ’t levenswater; nu niet meer gewacht!
Ja, grijp Gods Koninkrijk en heerlijkheid.
Wees steeds van liefde brandend, toebereid!
2.
De oogst is rijp, ons arbeidsveld is wijd.
Zorg dat je vrij wordt, ’t is de laatste tijd!
God zoekt nu mensen, vol van geestesvuur,
die ijv’ren willen tot hun laatste uur.
3.
Zie, Satans macht neemt d’ overhand op aard,
maar Gods verbond blijft door zijn eed bewaard.
God laat zijn volk niet vallen in de strijd.
Trots Satans macht is zege ons bereid.
4.
’t Is spoedig nacht, het einde is in zicht.
Waar is je schat? Ben je een stralend licht?
Ben je een zoutend zout op deze aard?
Is Jezus Christus jou echt alles waard?
5.
Straks komt bazuingeschal ons tegemoet.
Wij luist’ren toe: dan komt de morgengloed.
Wij trekken in ons hemels thuis, verheugd.
Daar smaken wij dan samen eeuw’ge vreugd.
Geschreven door Aksel J. Smith (gepubliceerd in 1947)Gecomponeerd door Arthur SkredeTekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ F