1.
Waarom zouden wij ons niet altijd verblijden,
nu er hoop is, die wij in ’t geloof reeds zien?
Dwars door moeiten, plagen, strijd en nood en lijden
ziet ons oog de heerlijkheid die God wil biên.
Vat nu moed en wees vrijmoedig, nimmer klagen!
De verdrukking duurt toch slechts een korte tijd
bij de heerlijkheid, die altijd openbaar wordt
voor wie op de rechte wijze ijv’rig strijdt.
nu er hoop is, die wij in ’t geloof reeds zien?
Dwars door moeiten, plagen, strijd en nood en lijden
ziet ons oog de heerlijkheid die God wil biên.
Vat nu moed en wees vrijmoedig, nimmer klagen!
De verdrukking duurt toch slechts een korte tijd
bij de heerlijkheid, die altijd openbaar wordt
voor wie op de rechte wijze ijv’rig strijdt.
Refrein:
Blijf volhardend in ’t geloof, aan ’t kruis geduldig,
want wij zullen delen in zijn heerlijkheid.
Vreugdelied’ren wellen op nu, menigvuldig;
ja, wij prijzen Hem tot in der eeuwigheid!
want wij zullen delen in zijn heerlijkheid.
Vreugdelied’ren wellen op nu, menigvuldig;
ja, wij prijzen Hem tot in der eeuwigheid!
2.
Ja, wees blij! Er staat: houd het voor enkel vreugde
als je allerlei verzoekingen ontmoet.
De beproefdheid van ’t geloof bewerkt volharding
en brengt vastheid en een grote overvloed.
Halleluja, halleluja, laat ons zingen:
Halleluja! Eer en prijs het lam van God,
die ons gaf zo’n grote, heerlijke verlossing.
Vrij van zond’ en schande, is ons heerlijk lot!
als je allerlei verzoekingen ontmoet.
De beproefdheid van ’t geloof bewerkt volharding
en brengt vastheid en een grote overvloed.
Halleluja, halleluja, laat ons zingen:
Halleluja! Eer en prijs het lam van God,
die ons gaf zo’n grote, heerlijke verlossing.
Vrij van zond’ en schande, is ons heerlijk lot!
3.
Zie toch uit dan naar de dag van de verlossing
van de aard, vol zonde en ellendigheid,
waar wij dikwijls moesten strijden onder tranen.
Ginds vereend klinkt dan ons jubelkoor altijd!
Nimmermeer zullen we daar gescheiden worden,
want we blijven saam in alle eeuwigheid.
Welk een vreugd en blijdschap om daarbij te wezen:
thuis bij Jezus in die grote heerlijkheid!
van de aard, vol zonde en ellendigheid,
waar wij dikwijls moesten strijden onder tranen.
Ginds vereend klinkt dan ons jubelkoor altijd!
Nimmermeer zullen we daar gescheiden worden,
want we blijven saam in alle eeuwigheid.
Welk een vreugd en blijdschap om daarbij te wezen:
thuis bij Jezus in die grote heerlijkheid!