1.
Er is een leven dat niet velen kennen,
dat zich verheugt in oordeel en gericht,
voor wie zich afkeert van wat hol en leeg is,
en zich totaal bekeert tot hemels licht.
dat zich verheugt in oordeel en gericht,
voor wie zich afkeert van wat hol en leeg is,
en zich totaal bekeert tot hemels licht.
2.
Dit leven breekt met vormen en gewoonten,
heeft niet genoeg aan ’t eerste onderwijs.
Het is onwankelbaar in alle stormen,
brengt God juist lof en dank en eerbewijs.
heeft niet genoeg aan ’t eerste onderwijs.
Het is onwankelbaar in alle stormen,
brengt God juist lof en dank en eerbewijs.
3.
Het is een leven van gewicht en waarde,
het is vol liefde en gerechtigheid.
Wie arm van geest zijn, kunnen het verwerven,
ja, voor geringen slechts is het bereid.
het is vol liefde en gerechtigheid.
Wie arm van geest zijn, kunnen het verwerven,
ja, voor geringen slechts is het bereid.
4.
Het is een leven dat mijn geest verzadigt
en dat ons geestelijke veerkracht biedt,
waar Gods gerechten op de tafel komen;
het is een eeuwig feest, het eindigt niet.
en dat ons geestelijke veerkracht biedt,
waar Gods gerechten op de tafel komen;
het is een eeuwig feest, het eindigt niet.
5.
Het is een leven dat nooit zal verand’ren,
maar ondertussen alles anders maakt,
ons rust en vrede geeft in onze wandel,
en zelf door niets op aard in onrust raakt.
maar ondertussen alles anders maakt,
ons rust en vrede geeft in onze wandel,
en zelf door niets op aard in onrust raakt.
6.
Dit leven is verzoend met alle dingen,
geheel tevreden, zonder jaloezie.
God laat zijn welgevallen erop rusten;
het is een leven vol van harmonie.
geheel tevreden, zonder jaloezie.
God laat zijn welgevallen erop rusten;
het is een leven vol van harmonie.
7.
Hiervan kan ieder mens gegrepen raken,
terwijl geen aardse wijsheid ’t grijpen kan.
Je vindt dit leven ook niet bij de massa,
maar bij een werkelijk gelovig man.
terwijl geen aardse wijsheid ’t grijpen kan.
Je vindt dit leven ook niet bij de massa,
maar bij een werkelijk gelovig man.