1.
Vrees niet voor wat gaat geschieden;
vrees te weerstaan Gods gebod!
Als Hij zijn wetten mag stellen,
dan komt er zegen van God.
Vrees om te worden gebonden
door voor de mensen te staan;
zoek slechts Gods eer te verkrijgen,
dan kun je veilig gaan!
(Pred. 12:13 | Ps. 112 | Jer. 17:5-9)
vrees te weerstaan Gods gebod!
Als Hij zijn wetten mag stellen,
dan komt er zegen van God.
Vrees om te worden gebonden
door voor de mensen te staan;
zoek slechts Gods eer te verkrijgen,
dan kun je veilig gaan!
(Pred. 12:13 | Ps. 112 | Jer. 17:5-9)
Refrein:
Vrees niet de machten van ’t kwade,
vrees slechts de levende God.
Ja, rust je toe, vastberaden,
strijd voor zijn heerlijk gebod!
(Dan. 6:27)
vrees slechts de levende God.
Ja, rust je toe, vastberaden,
strijd voor zijn heerlijk gebod!
(Dan. 6:27)
2.
Vrees niet voor wat je zult lijden,
vrees dat de kroon je ontgaat!
Kies voor de weg van getrouwheid.
Vast staat Gods eeuwige raad!
God staat getrouw je terzijde
als je getrouw voor Hem strijdt!
Zorg dat je één Heer blijft dienen,
dan geeft Hij kracht altijd!
(Op. 2:10 | 2 Sam. 22:26 | Ps. 119)
vrees dat de kroon je ontgaat!
Kies voor de weg van getrouwheid.
Vast staat Gods eeuwige raad!
God staat getrouw je terzijde
als je getrouw voor Hem strijdt!
Zorg dat je één Heer blijft dienen,
dan geeft Hij kracht altijd!
(Op. 2:10 | 2 Sam. 22:26 | Ps. 119)
3.
Vrees Hem die rechtvaardig oordeelt,
zó dat je wint als een held.
Wijd aan zijn wil heel je leven:
Hij heeft je hoofdhaar geteld.
Met wie Hem vreest, wil God omgaan,
maakt zijn verbond hem bekend.
Wie zou niet vrezen, o Here,
daar U zo heilig bent!
(Op. 15:4 | Ps. 25:14)
zó dat je wint als een held.
Wijd aan zijn wil heel je leven:
Hij heeft je hoofdhaar geteld.
Met wie Hem vreest, wil God omgaan,
maakt zijn verbond hem bekend.
Wie zou niet vrezen, o Here,
daar U zo heilig bent!
(Op. 15:4 | Ps. 25:14)