1.
Beden uit het harte stijgen
op tot God, genadig, groot.
Zend uw Geest, verlos ons, Here!
roepen wij in dorst en nood.
op tot God, genadig, groot.
Zend uw Geest, verlos ons, Here!
roepen wij in dorst en nood.
Refrein:
Eer en prijs aan ’t godd’lijk lam.
Wie ook ooit beschaamd uitkwam,
niet wie steund’ op Gods beloften.
Eer en prijs aan ’t godd’lijk lam.
Wie ook ooit beschaamd uitkwam,
niet wie steund’ op Gods beloften.
Eer en prijs aan ’t godd’lijk lam.
2.
Laat uw Heil’ge Geest nu vallen,
zoals op de Pinksterdag.
Geef uw gaven aan ons allen!
Heel ons hart, neem ’t in beslag.
zoals op de Pinksterdag.
Geef uw gaven aan ons allen!
Heel ons hart, neem ’t in beslag.
3.
Heilzaam, rein, komt er nu stromen,
uit het heiligdom, de vloed
van gena; ’t vult ’t hart volkomen.
Wat is God, de Heer, toch goed.
uit het heiligdom, de vloed
van gena; ’t vult ’t hart volkomen.
Wat is God, de Heer, toch goed.
4.
Als een sterke wind gedreven
breekt Gods Geest nu door met kracht.
Harten, blij, nu op gaan leven,
vrij van Satans sterke macht.
breekt Gods Geest nu door met kracht.
Harten, blij, nu op gaan leven,
vrij van Satans sterke macht.
5.
Jubelzangen- hoor, zij bruisen
nu uit reine harten, klaar.
En terwijl Gods winden suizen,
stroomt Gods spade regen daar.
nu uit reine harten, klaar.
En terwijl Gods winden suizen,
stroomt Gods spade regen daar.