1.
Vaarwel, o wereld, met je pracht.
’t Was bitt’re smart, al wat je bracht.
Vaarwel met al je ijd’le hoop.
Die hindert mij slechts in mijn loop.
’t Was bitt’re smart, al wat je bracht.
Vaarwel met al je ijd’le hoop.
Die hindert mij slechts in mijn loop.
Refrein:
Vaarwel, o breed en zondig pad.
Nooit krijg je op mijn hart meer vat.
Ik ben verlost, vrij en verblijd;
in Jezus wil ik zijn altijd.
Nooit krijg je op mijn hart meer vat.
Ik ben verlost, vrij en verblijd;
in Jezus wil ik zijn altijd.
2.
O Here, riep ik in mijn nood,
zoals een kind dat schreit om brood.
U maakte vrij van zondemacht
en vulde mij met Geest en kracht.
zoals een kind dat schreit om brood.
U maakte vrij van zondemacht
en vulde mij met Geest en kracht.
3.
Dank, Jezus, dat ’k het kwaad nu vlied.
Uw grote liefde vat ik niet!
Mijn leven, alles geef ik U;
o Heiland, vorm, gebruik mij nu.
Uw grote liefde vat ik niet!
Mijn leven, alles geef ik U;
o Heiland, vorm, gebruik mij nu.