471 liederen
- 1Van uwe wegen wil ’k zingen, Heer
- 2Zou je niet heel graag Gods rust willen vinden
- 3Welzalig ieder die God vreest
- 4Wees stil, o mijn ziel, hier beneden
- 5Toen ik ervoor koos U te volgen, o Heer
- 6Wie is zij, die optrekt uit dorre woestijn
- 7Kort is mijn wandel, weinig dagen, kort de tijd
- 8’k Wil U prijzen, o God, voor d’ ontferming zo groot
- 9O Jezus, mijn verlosser, uw naam maak ik nu groot
- 10Mijn huis staat vast, – ’k heb zekerheid in ’t leven –
- 11’k Was in duisternis gevangen
- 12Zalig wie arm zijn in de geest
- 13Er is op aard een grote schat
- 14Wie wil de weg bewand’len
- 15In de duisternis op aarde dwalen herders af van ’t pad
- 16Zie je thuis, je ware thuis
- 17Schenk mij toch, Here, dat ik altijd
- 18God is de grootste temidden der helden
- 19Strijd voor waarheid en voor recht
- 20Geen zegeprijs krijgt wie de strijd hier niet strijdt
- 21U kent mijn hart, o Jezus, heel mijn denken
- 22Een man die trouw is, houd die hoog in ere!
- 23Er wordt in deze laatste dagen
- 24Er is blijdschap in de hemel
- 25Als ik wandel in het duister
- 26Waarlijk vrij te zijn in Christus
- 27God is licht! Dit heilig woord
- 28Here Jezus, zieleherder, die de zwakken vult met kracht
- 29De massa, die niet wil geloven, zij dwaalt
- 30O grote God en liefdevolle Vader
- 31Wat een kostbare gemeenschap
- 32Ruk op naar het heerlijk einddoel
- 33Jezus, mijn redder, o maak mij toch stil, Heer
- 34Duisternis verbreidt zich dreigend
- 35Ga voort, mijn ziel, met Jezus, de weg die Hij betrad
- 36Vraag nu naar de oude paden
- 37U wil ik volgen, Lam Gods
- 38Het wordt op aarde weldra nacht
- 39Door zijn woord vanuit de hemel
- 40Vader, almachtig God, trek mij altijd
- 41Heel je leven – het is maar
- 42Leer mij te kennen uw lijdensweg, Heer
- 43Volg Mij na, zo klinkt de roepstem
- 44Vrijmoedig klinkt uit onze monden
- 45Ik kan ’t zo licht vergeten ik ben met elke dag
- 46Zie, een grote schare volgt Hem
- 47Wie wil lijken op God, die zo hemelhoog troont
- 48Zondaar, wat dool je rond in duisternis
- 49Er klinkt een bazuin God roept op tot de strijd
- 50O, ik weet van een weg die tot heerlijkheid leidt
- 51Gods Woord werd vlees, het heeft bij ons gewoond
- 52Waarom zou je langer wachten
- 53O Here Jezus, wat bent U groot!
- 54U, o Jezus, kent mijn hartsverlangen
- 55Daar waar de zwaluwen nest’len
- 56Jij die de hand slaat aan de ploeg
- 57Er is maar één weg in dit leven
- 58Wie met God ootmoedig wandelt
- 59Wij moeten nog veel dieper ons verneed’ren
- 60Wie zijn het die jubelen, juichen van vreugd
- 61O pelgrim, door lijden vermoeid en belast
- 62Kom, dat ik de bruid u tone
- 63Laat mij zitten aan uw voeten
- 64Gaat u mee als Jezus weerkomt
- 65O Jezus, geef kracht en genade
- 66Geprezen zij de Here Jezus
- 67De wereld draagt vaak lasten
- 68Vaak roemt een mens zijn welwillendheid
- 69Is er rust voor wie vermoeid is
- 70Wat is het goed ootmoedig ’t juk te dragen
- 71Wie Jezus op aard wil gelijken
- 72’t Evangelie van God geeft ons rotsvaste hoop
- 73O jij kostbaar mens, die gewoon maar wat leeft
- 74Meester, ook ik wil U volgen
- 75’k Verlang naar mijn thuis daarginds boven
- 76Denken aan de grote daden
- 77Zie de helden van weleer
- 78Wonderheerlijk levenswoord
- 79Al roepend loopt de herder langs menig kronkelpad
- 80Wil je tot nut zijn in het huis des Heren
- 81’k Verheug mij in het heil en verblijd mij in mijn God
- 82Als ’t beproevingsuur slaat
- 83’t Leven in Christus groeit dag aan dag
- 84God heeft voorheen tot zijn volk gesproken
- 85Er is vreugd in mijn ziel! Want met U aan mijn zij
- 86Nu is het tijd om God te danken, prijzen
- 87O kom tot Gods rust en zijn vrede
- 88Grijp nu het eeuwige leven
- 89“Wat je zaait, dat zul je oogsten”
- 90Laten wij nooit moede worden
- 91Christus’ zin is ons gegeven
- 92O heerlijke kruisweg! veracht maar zo groot
- 93Wie wil trouw de kruisweg gaan
- 94Vol van verlangen op weg naar de hemel
- 95’k Spoed mij als vreemdeling op deze aarde
- 96Luisteren is meer dan offers
- 97Weg wereld! Nietig zijn m’ uw banden
- 98Geef mij genade van omhoog
- 99Welk een hoop, welk een vreugd
- 100De wet des Heren is volmaakt
- 101Heb dank, o Here, dat U ter ere
- 102Jezus, ik wil slechts uw eigendom wezen
- 103Nu geen wanklank meer gehoord
- 104Kom, zie Hem in de geest, man van smarten en strijd
- 105Nu is er feest en blijdschap van ’t allerbeste slag
- 106Vervul met uw Geest mij, o Jezus
- 107Jeugd, ’t is tijd nu om te zaaien
- 108Ik vaar al zeilend, sturend en peilend
- 109’k Ben van de macht van de dood bevrijd
- 110Kom, laat ons zingen van ’t leven daar
- 111’k Word door heilig vuur gedreven
- 112Profeten Gods getuigden eertijds van ’t rechte spoor
- 113Het was in vroeger dagen – van David lees je dat
- 114Wij stemmen vol van vrede
- 115Voorwaarts krijgers, tot oorlog en zege!
- 116Elk lichaamsdeel is voor het dienen gegeven
- 117Slechts het geloof geeft ontwikkeling
- 118Zie, zalig is elke vredesman
- 119Gods Zoon heeft op aard onder vuurgloed en strijd
- 120Hoe is het moog’lijk dat Simeon
- 121Wat bracht jij jezelf in moeilijkheden
- 122Ik ben tevreden en heel blij
- 123Het woord der waarheid beminnen wij
- 124Ik leefd’ in Egypte eens in slavernij
- 125Het is waar wat wij hier leren
- 126God is goed, heeft ons zijn Zoon gegeven
- 127Spoedig zal Gods Zoon verschijnen
- 128Slechts het geloof brengt je tot overwinning
- 129O wijsheid die van boven komt, gij hebt uw huis gebouwd
- 130Leer m’ U te prijzen zoals ’t behoort
- 131Velen zijn blind, en verkondigen rustig
- 132Wil je los zijn van de wereld
- 133Wie zijn liefde voor de Here
- 134Er is een leven dat niet velen kennen,
- 135Haal verloor’nen uit de wereld, richt een feestmaal aan
- 136O kudde, die in nood verkeert,
- 137Mijn ziel, wat storm je toch in mij
- 138Tevergeefs bouwt u het huis, als God de bouwmeester niet is
- 139Zing, zing van mijn Heiland
- 140Geef Jezus macht in ’t leven
- 141Aarzel niet langer, broeder kom, wees bereid,
- 142De Heer gunt zich om Sion geen rust, Hij zwijgt niet stil
- 143Niets zijn, Here, ‘k wil geen ere,
- 144O kom tot Mij nu, allen die vermoeid zijn en belast,
- 145O edel, godd’lijk liefdevuur
- 146Hoog acht ik Sions geboden en wetten,
- 147Mijn hart klopt vol van blijde vreugd,
- 148Hoor van een goede wijngaard, waarin de vrucht gedijt
- 149Zijn wij in de naam van Jezus
- 150Het groot’ is u onmoog’lijk, het kleine wilt u niet
- 151Waarom zouden wij ons niet altijd verblijden,
- 152Zoals het met de stam ging
- 153Leer mij rustig blijven
- 154Jij arme zondaar, kom tot berouw
- 155Door levensmoed geen zorgen
- 156Zeker is nu ’s Heren uur gekomen voor ons allen,
- 157‘k Heb geen behoefte aan vleierij
- 158Wees welkom als gast op aarde,
- 159Je vindt in de wereld geen rust en geen vrede,
- 160Dank, Heer, U overwon als mens de zonde,
- 161Kort duurt je aardse leven
- 162Help mij, Heer, te dienen in mijn leven
- 163Met de Zoon des mensen meegekruisigd
- 164Heerlijk is mijn erfenis, liefelijk en goed
- 165Een schat, waarmee ik blij ben, die kreeg ik van de Heer,
- 166Niet in woorden bestaat 't rijk van God
- 167Ver weg is het altijd fijn
- 168Er is een wijngaard! Zing daarvan
- 169Ik zing zo blij van harte voor God mijn lofgedicht
- 170Maak de diepst gevallen zondaars
- 171Loop in de renbaan, prijs God overvloedig!
- 172De Here is mijn herder
- 173Ga nu weg uit Egypte,
- 174Halleluja, dank en ere!
- 175Hij die mij ’t eerst heeft liefgehad
- 176God, mijn koning, der heren Heer
- 177Eens werd ik door het zwaard des Heren tot een ‘niets’ gemaakt
- 178Dank Heer, U buigt de overmoed
- 179’k Zing van ganser harte Al mijn bronnen zijn in U,
- 180Op de weg van ’t kruis vooruit! Al moet het kosten
- 181Hoe goed is het dáár verkeren,
- 182Met grote vreugde draag ik het kruis
- 183Ik wil nooit de donk’re wereld in,
- 184Levend water stroomt zo vredig
- 185’t Woord van het kruis is een dwaasheid
- 186Broederschap - hoe heerlijk!
- 187‘k Verlang naar de voleinding
- 188Wil, Heer Jezus, mij bewaren
- 189’t Grote Babylon zal dra vergaan.
- 190Die avond in des Heren huis
- 191Breek toch door de muur heen, broeders
- 192Deze wereld is een tranendal
- 193Simon Petrus wilde maar weer vis gaan vangen
- 194Ons verlangen naar elkander
- 195Jeruzalem, Jeruzalem, wie evenaart uw macht
- 196Door God wordt geen mens in verzoeking gebracht,
- 197Help mij, Heer, te leven juist vandaag
- 198Ontwaak! Word wakker! Trek vol ernst ten strijde
- 199Heer, was en reinig mij, laat in mij werken
- 200Stil lig ik hier terneer,
- 201Zie, daar wordt de bruid gekroond
- 202Kom tot Mij, zo zegt de Here Jezus,
- 203Ga buiten de legerplaats, Jezus na
- 204O, wat goed is het om klein te wezen
- 205Er klinkt nu een hemelse wekroep met kracht
- 206Laat niemand je geringschatten, ook al in je jeugd,
- 207Waak op, o Jezus Christus’ bruid
- 208Dank voor elk kruis, voor verdrukking en banden,
- 209Wees tot een licht in ’t vreemde land
- 210Dien de Heer, onze God,
- 211Word toch wakker, dochter Sions!
- 212Jezus zelf is zijn getrouwen
- 213Vrucht die men ziet en kan tasten,
- 214Met kracht om te overwinnen binnen bereik
- 215Christus’ leer moet nu ons hele vaderland vervullen
- 216Drukken zorgen mij terneer,
- 217Op ten strijde! Stel je achter Jezus
- 218Wij staan voor Gods aangezicht jeugd, vol hoop en kracht
- 219O jong’renschare, treed nu aan,
- 220Als kleine pelgrim ben ‘k op reis
- 221Laat gedachten, boos en zwart
- 222Hoor en geloof Jezus’ Woord
- 223Heilig is ’s Heren strijd
- 224Als een loot uit dorre aarde
- 225O grote God van liefde en genade,
- 226Als je Gods wil hebt gevonden
- 227Vertrouw op God, mijn ziel, en houd moed
- 228Zoek je gemeenschap met God de Heer
- 229Eigen dwaasheid is verderf’lijk
- 230Wat een heerlijke jeugdtijd heeft God ons bereid!
- 231Zalig gij die Gods vrede kent
- 232Ons ware thuis is Sions stad.
- 233Het is ontrouw om Gods gave
- 234De oliekruik in Sarfat
- 235De Here heeft eens Isr’el uit slavernij bevrijd
- 236Nietig, ellendig en zwak is de bruid
- 237Volkomen rust wil ik van U vragen.
- 238O, ik ben nu van Jezus!
- 239Gods bazuin roept ons op tot de strijd.
- 240Beden uit het harte stijgen
- 241In ’t uur van nood, in beproevingstijden
- 242Jezus, mijn Heer, hoor mijn bede
- 243Op ten strijde! Overwinnen!
- 244Voorwaarts, alle zonde onder onze voet!
- 245Jezus, mijn Heiland, hoe groot bent U mij
- 246Trek uw zwaard, gij eerstelingen,
- 247Nieuwe tijden zijn begonnen,
- 248Wij als kleine schare zijn in strijd met zond’ en nood,
- 249Alleen in Jezus is leven,
- 250Krachtig klinkt het woord des Heren!
- 251Kom wie zoekt tegemoet
- 252Jij, ver van ’t hemelse vaderland,
- 253Kort is de tijd, niet meer dromen!
- 254Weg uit het lichaam - de geest is nu thuis,
- 255Jeugd, sta op! Het hoofd nu opgeheven!
- 256Ik was gebonden, maar ben bevrijd.
- 257Halleluja, halleluja!
- 258In geloof als Abraham te gaan
- 259O, wat zijn het goede tijden!
- 260Waarom leef je tussen zond’ en overwinning door
- 261Leer ons te tellen, Heer, al onze dagen,
- 262O schone dag! toen licht vanuit de hoge
- 263Hoor, de roep klinkt Op ten strijd!
- 264Er groeit nu op een heilig volk
- 265Geloof in God, al in je kindertijd
- 266Grijp het zwaard des Geestes, doe de rusting aan.
- 267Wij varen op de levenszee.
- 268Weet dat de waarheid de levensweg is
- 269Wie Gods liefde heeft verkregen,
- 270Het is een wonder, een machtig wonder,
- 271Jezus heeft jou aanvaard!
- 272Wond’re vrede die ik ontving,
- 273Wij zijn een kleine jong’renschare,
- 274Slechts het geloof maakt een einde aan ’t strijden,
- 275Volg de Meester, als Hij jou op onbekende paden leidt
- 276‘k Ben een discipel in woord en daad
- 277Zoek Gods rijk toch dag en nacht,
- 278Waarom blijf je op de brede weg nog zwerven, almaar voort
- 279Haat je ’t godd’lijk gebod, dan veracht jij jouw God,
- 280Ere en prijs zij God.
- 281Er zingt hier een hooglied van binnen,
- 282Broeders, kom, ’t is nu tijd om te strijden,
- 283Ik prijs U, o Jezus, mijn Here,
- 284De God der wijsheid zegt het is tijd
- 285Jij die Jezus’ roeping hoort
- 286Zie eens, wat een massa mensen
- 287Jij die een levend geloof bezit
- 288O jij, die ver weg loopt te dwalen
- 289Vrees niet voor wat gaat geschieden
- 290Lieve Jezus, leer mij bidden zo ’t behoort,
- 291Niets kon David schrik aanjagen
- 292Wij geloven in Jezus, de Here
- 293Wie is in staat de weg des heils te vatten
- 294De Vader der lichten verleent ons zijn macht
- 295Hij die ons in Christus heeft verkoren
- 296Jezus, die het pad liep ’s avonds,
- 297Wij varen met de loods aan boord
- 298Er gaat een heiligingsopwekking over ons land,
- 299Zeg mij, waarom loop je met een slecht geweten rond
- 300In ons verstand en ons hart schrijft God
- 301Wilt u tot nut in de gemeente wezen,
- 302Spoedig is de tijd ten einde,
- 303Ik verblijd mij van harte in God!
- 304Wees tot zegen steeds weer
- 305Geknield voor Jezus win je de strijd
- 306Vrees niet om aan ’t kruis te lijden
- 307Schenk mij, o Jezus, het scheppend geloof
- 308Hoor jij eens, met je trots gezicht
- 309Basans veeltoppig gebergte
- 310Vergeef je naaste die zondigt, telkens weer
- 311Jeugd, houd stand, nimmer moedeloos worden!
- 312Het licht Gods breekt door, broeders, zie hoe het schijnt!
- 313Wie op aard de zege wil behalen
- 314Heb je weet van de nieuwe en levende weg
- 315Waarom drijf jij met de zondestroom mee
- 316Overwinning krijgt hij die gering is en klein
- 317Blijf dicht bij de goede herder!
- 318O luister naar Jezus, Hij roept je
- 319Er klinkt een hemels lofgezang daarboven,
- 320Wij zijn zalig hier op aarde,
- 321O, ik wil zingen van Gods gebod.
- 322’s Heren profeten zijn Gode gewijd.
- 323O, bezit u het geloof dat Jezus bracht
- 324Ik ken een land, een beter land!
- 325Ik dien nu een Heer, die wil geven
- 326Kom, laat ons samen jub’len voor de Here
- 327In gedachten was ’k in Babel, waar ik Bel, de afgod, zag
- 328Ieder van ons gaf de Here talenten
- 329Dank voor de heerlijke kruisweg, Heer
- 330O, bron van liefde, machtige vloed
- 331Ik wil prijzen mijn Jezus!
- 332’t Leven dat het licht der mensen is
- 333Help mij, Jezus, doen en willen.
- 334Jezus’ spreken is duid’lijk, voorwaar!
- 335Koos de Heer u uit Riep Hij u tot bruid
- 336Op ’t altaar brandt het vuur van God
- 337Door genade krachtig aangespoord
- 338Hemelse krachten, godd’lijke vree
- 339Leer mij, Jezus, al uw wegen,
- 340O, gij Gods Zoon, wat heb ik U lief!
- 341O hoor des Geestes stem,
- 342Waak, dat de lamp des geestes steeds blijft branden
- 343Dien, geef uw leven om and’ren te sterken
- 344Wie wil strijden om te grijpen
- 345Dank voor de weg, o God, die U ons wees
- 346Hoe heerlijk is de broederschap,
- 347Wie wil moedig met ons strijden,
- 348Ontwaak, mijn vriend, en wacht niet met beslissen.
- 349Verloochen u! Juist daarin ligt uw leven.
- 350Dank, o God, voor de verhoring
- 351In de gemeente, mijn veilig thuis
- 352Weg met al wat ons wil hind’ren!
- 353O Here God, die hoog troont in de hemel
- 354Nu jij uit je kindertijd blijde
- 355Laat ons God en onze Here
- 356Ik wil zingen van Sions stad, zo schoon.
- 357Nu kan de strijd beginnen gaan,
- 358Hoor naar mij de Heer bewerkt nu nieuwe tijden,
- 359‘k Wil mijn hemelse bruidegom zoeken
- 360Ware godd’lijke liefde komt
- 361Christus is mijn hoofd geworden,
- 362Lof en dank! Het is heerlijk en goed,
- 363God laat bidders niet staan
- 364Tien maagden, die uittrokken samen,
- 365Zie, het kruis brengt licht en kracht in ’t leven
- 366Ik dank U, geliefde Heiland,
- 367Hoor de boodschap, groot van waarde,
- 368Nu is een weg door ’t vlees ingewijd.
- 369God de Here dienen, vat ter ere zijn
- 370’s Heren wegen en gedachten zijn
- 371Waak op, mijn vriend, bekleed je met Gods kracht
- 372Voorzeker, de dag der verlossing
- 373Ik ken een naam boven alles en allen op aard,
- 374Velen reizen naar Oost en naar West,
- 375Dwaal je door de woestijn van de twijfel
- 376Bent u een lid van Jezus Christus’ lichaam,
- 377Welzalig wie wandelt in ’t licht dat God schenkt,
- 378Bid tot je Heiland, bid in geloof!
- 379Heer, uw bruid wacht blijmoedig
- 380Ik wil zingen van Jezus, mijn Heiland
- 381Wees niet ontmoedigd, want God helpt u door.
- 382In ’s Heren tempel, daar zegt alles Ere!
- 383Maak de harten warm, mijn broeder,
- 384Vroeger liep ik met de mensenmassa mee
- 385Liefde, o wat klinkt dat heerlijk,
- 386Waar mijn Heiland mij ook leidt, zal Hij mij bewaren
- 387Halleluja! roep ik van harte uit.
- 388In de geest zie ik U, Heiland
- 389Vaarwel, o wereld, met je pracht.
- 390Ik heb gevonden groot geluk
- 391Als iemand zijn hart heeft gereinigd
- 392Lof en dank voor Gods genade,
- 393Wie is zij, die zo lieflijk daar voortschrijdt,
- 394De weg ten hemel
- 395Gods Geest is werkzaam, het vuur blijft branden
- 396’t Licht is op aarde gaan schijnen,
- 397Wat is het goed, verlost te zijn geen schuld, geen zonde meer
- 398Ik vond mijn Jezus, dus kan ’k mij verblijden,
- 399Als wij uw machtig werk zien, uw gemeente
- 400De Almachtige, de Here,
- 401Op tot de strijd, ontgin je nieuw land!
- 402’t Is Gods Geest die duid’lijk in je hart wil spreken,
- 403Het eind der dingen is nabijgekomen.
- 404Als Gods volk de vreugde in de hoop leert kennen,
- 405Er is niets groters hier op deze aarde,
- 406God zal zijn strijders sterken
- 407God is goed, die ons een zon gaf in ons leven
- 408Ik kreeg verlossing door Gods genade
- 409Mijn God is de enige levende God
- 410Het is een groot verdriet, als je de wereld ziet,
- 411In ’t laatste der dagen verrijst een gebouw
- 412Wie gelooft in Jezus, zo zegt ons Gods woord,
- 413Er ontspringt uit Gods troon helder water, zo schoon
- 414Hef nu met ons een feestlied aan,
- 415Spoedig komt de grote feestdag van de bruiloft van het Lam
- 416Uitverkoren volk Gods, óp ten strijde
- 417’s Heren vuur breekt baan, het steekt zijn leger aan.
- 418Zing een loflied, zing nu tot Gods ere,
- 419Er klinkt met kracht een lied
- 420D’ aard wordt in nachtelijk duister gehuld,
- 421Een broeder van Jezus te worden,
- 422Zie de tekenen der tijden!
- 423Hoor de roep vanuit Gods heiligdom!
- 424Er laait in ons midden een vuur van omhoog
- 425Nu komt het erop aan in de verzoeking
- 426In deze dagen wordt de Bruid vergaderd
- 427O, waar zijn ze, mijn God
- 428Prijs Gods naam voor alles wat Hij heeft gedaan!
- 429God verrijst nu in zijn woning!
- 430Een lid van het lichaam van Christus te zijn,
- 431In Israëls leger zong David
- 432Zie je het Lichaam, zo heerlijk en rein,
- 433Wat is het groot, te leven voor de Here,
- 434Ben je waakzaam en trouw, is je hart vol van vuur
- 435Word vervuld met de Geest des Heren!
- 436Groot is de oogst. Laten wij daarom bidden
- 437Ik liep als door woestijnen, mijn leven was een plaag
- 438Het komt, het komt, je zult het zien
- 439Als een voorbeeld voor ons allen diende onopvallend stil
- 440Een weg ligt nu open, een baan om te lopen
- 441Denk aan je roeping, hou die voor ogen!
- 442Dank dat U mij jong, o Heer
- 443Laat bazuingeschal weerklinken!
- 444Als je levend geloof hebt in God en zijn Woord
- 445Door genade van God ben je nu een stralend licht
- 446Ik volg getrouw het Lam.
- 447‘k Heb een vreugd in mijn hart die van boven komt
- 448Dank, o Heer, voor al uw goedheid,
- 449Een dag is uitgeschreven in opdracht van de Heer,
- 450Maak mij, o Here, uw pad bekend
- 451Ik dank U, Jezus, nu in mijn gebed!
- 452O God, heb dank! Hoe groot is uw verlossing!
- 453Er is nu een weg geopend voor elkeen
- 454Dank voor uw woord, o Heer!
- 455Toen de tempel Gods gebouwd werd
- 456Gods Geest laat alle mensenwerk vergaan
- 457Laat je door God toch behouden,
- 458Gods genade bracht ons hier bijeen
- 459Geloof in zegetijd,
- 460Halleluja, het is nog genadetijd
- 462Broeder, zuster, leef iedere dag heel bewust
- 463Reinig mij, Heer, dan draag ik steeds meer vrucht
- 464Gods vuur is ontstoken, ’t is opwekkingstijd
- 465Veel groter kracht heeft Gods genade
- 466Zalig wie in Christus leven,
- 467Het geloof is zo belangrijk in Gods ogen!
- 468Deze wereld ligt nu achter ons
- 469Komt verzoeking, komt er lijden
- 470Is je eigen kracht ten einde
- 471Ik loof en prijs U, Heer
- 472God werkt in grote trouw zijn plannen uit