1.
Voorzeker, de dag der verlossing
is nu meer dan gist’ren nabij.
Heerlijkheid komt na volharding;
nu nog meer dan gist’ren nabij.
is nu meer dan gist’ren nabij.
Heerlijkheid komt na volharding;
nu nog meer dan gist’ren nabij.
Refrein:
O welk een troost, broeders, zusters:
Jezus’ komst is zeer nabij!
O welk een troost, broeders, zusters:
nu nog meer dan gist’ren nabij.
Jezus’ komst is zeer nabij!
O welk een troost, broeders, zusters:
nu nog meer dan gist’ren nabij.
2.
Het past ons ootmoedig te lijden,
zoals Jezus, ’t Lam zonder stem.
O, welk een eeuwig verblijden:
God verhoogt ons samen met Hem.
zoals Jezus, ’t Lam zonder stem.
O, welk een eeuwig verblijden:
God verhoogt ons samen met Hem.
3.
Bezwaren op aard vele dingen?
Is er druk en nood, velerlei?
Alles wordt licht als wij zingen:
nu nog meer dan gist’ren nabij.
Is er druk en nood, velerlei?
Alles wordt licht als wij zingen:
nu nog meer dan gist’ren nabij.
4.
O vrienden, die zuchten en treuren,
op de tijd die God zelf slechts kent,
zal ’t grote wonder gebeuren:
wij verand’ren in een moment.
op de tijd die God zelf slechts kent,
zal ’t grote wonder gebeuren:
wij verand’ren in een moment.