1.
Is je eigen kracht ten einde,
blijf dan moedig voorwaarts gaan
en blijf in geloof volharden;
je komt niet beschaamd te staan.
Heil’gen die in smaad en oneer
trouw volharden in het vuur,
zal Hij kronen met gejubel
in het heerlijk bruiloftsuur.
blijf dan moedig voorwaarts gaan
en blijf in geloof volharden;
je komt niet beschaamd te staan.
Heil’gen die in smaad en oneer
trouw volharden in het vuur,
zal Hij kronen met gejubel
in het heerlijk bruiloftsuur.
2.
Wie hun Meester in het lijden
blijven volgen stap voor stap
in beproeving, in verzoeking,
bouwen Jezus’ broederschap.
Als al ’t wankelbare wankelt
en wat brandbaar is, verbrandt,
zal Gods bouwwerk zichtbaar worden:
reine broederschap houdt stand.
(Luc. 22:28)
blijven volgen stap voor stap
in beproeving, in verzoeking,
bouwen Jezus’ broederschap.
Als al ’t wankelbare wankelt
en wat brandbaar is, verbrandt,
zal Gods bouwwerk zichtbaar worden:
reine broederschap houdt stand.
(Luc. 22:28)
3.
Jezus’ ogen zijn als fakkels
en zien elke sterveling.
Hij zoekt harten, die verlangen
naar zijn leven, heiliging.
Wil je werk’lijk met Hem sterven,
dan ziet Hij je dag en nacht.
Wat gezaaid wordt nu in zwakheid,
dat wordt opgewekt in kracht.
(2 Kron. 16:9)
en zien elke sterveling.
Hij zoekt harten, die verlangen
naar zijn leven, heiliging.
Wil je werk’lijk met Hem sterven,
dan ziet Hij je dag en nacht.
Wat gezaaid wordt nu in zwakheid,
dat wordt opgewekt in kracht.
(2 Kron. 16:9)
4.
Wat een toekomst ligt er voor ons,
wat een heerlijk vergezicht:
hier door mensen niet begrepen;
daar bij God in hemels licht.
Nu ik U heb, Here Jezus,
nu verlang ik niets op aard!
Laat uw vuur mij maar verteren;
want U bent mij alles waard.
(1 Joh. 3:1 | Ps. 73:25)
wat een heerlijk vergezicht:
hier door mensen niet begrepen;
daar bij God in hemels licht.
Nu ik U heb, Here Jezus,
nu verlang ik niets op aard!
Laat uw vuur mij maar verteren;
want U bent mij alles waard.
(1 Joh. 3:1 | Ps. 73:25)
5.
Wij gaan, vrij van zondebanden,
in de heiligmaking voort.
Als wij deze tent verlaten,
gaan wij naar het hemels oord.
Dan zult U ons tot U nemen,
onze grote bruidegom!
Ja, U hebt ons hart veroverd
en wij zijn uw eigendom.
in de heiligmaking voort.
Als wij deze tent verlaten,
gaan wij naar het hemels oord.
Dan zult U ons tot U nemen,
onze grote bruidegom!
Ja, U hebt ons hart veroverd
en wij zijn uw eigendom.