1.
Voorwaarts krijgers, tot oorlog en zege!
Iedereen maakt zich klaar voor de strijd.
Kom met alles wat jou is gegeven,
stel op God je vertrouwen altijd.
Voorwaarts krijgers, Gods weg wordt nu vrij
en gereinigd van huichelarij, vleierij,
een geëffende baan voor zijn bruid.
Ja, wij jubelen vol geloof en luid.
In de strijd voor het recht roepen wij uit:
“Met kracht van onze Heer
slaan wij de vijand neer!”
Wij stormen voort, aan Gods rechterhand
verov’ren wij het land.
Iedereen maakt zich klaar voor de strijd.
Kom met alles wat jou is gegeven,
stel op God je vertrouwen altijd.
Voorwaarts krijgers, Gods weg wordt nu vrij
en gereinigd van huichelarij, vleierij,
een geëffende baan voor zijn bruid.
Ja, wij jubelen vol geloof en luid.
In de strijd voor het recht roepen wij uit:
“Met kracht van onze Heer
slaan wij de vijand neer!”
Wij stormen voort, aan Gods rechterhand
verov’ren wij het land.
2.
Knappe koppen met sleutels der kennis
staan als vijanden op, eensgezind,
zijn verzekerd van hun overwinning.
Op hun meerderheid steunen ze blind.
Maar Gods raad en zijn kracht vat men niet,
die geleerde en leek nu de smalle weg biedt
door het vlees, waar men zond’ overwint.
Wie met ’t kleinste gebod gewoon begint
ziet een bliksem, die uit de hemel blinkt.
Gods woord geeft strijders vree.
Te wa - pen, snel ermee!
Dan breek je door, God geeft je de kracht
van Davids Zoon, met macht.
staan als vijanden op, eensgezind,
zijn verzekerd van hun overwinning.
Op hun meerderheid steunen ze blind.
Maar Gods raad en zijn kracht vat men niet,
die geleerde en leek nu de smalle weg biedt
door het vlees, waar men zond’ overwint.
Wie met ’t kleinste gebod gewoon begint
ziet een bliksem, die uit de hemel blinkt.
Gods woord geeft strijders vree.
Te wa - pen, snel ermee!
Dan breek je door, God geeft je de kracht
van Davids Zoon, met macht.
3.
Onze troepen forceren een doorbraak,
van de flanken uit rukken zij op!
Jullie treuzelaars, hoor hoe het davert!
Sla je oog naar de hemelen op.
Zie, het land draagt nu vrucht tot Gods eer,
en er stijgt nu een geur op voor God, onze Heer,
geur van honing tot zijn heerlijkheid.
Wees dus steeds aan de Here toegewijd,
nu het schijnsel zo stralend wordt verspreid.
Werp nu het duister weg;
naar Sion onderweg!
Voor wie de geestesstrijd hier streed,
ligt thuis de krans gereed.
van de flanken uit rukken zij op!
Jullie treuzelaars, hoor hoe het davert!
Sla je oog naar de hemelen op.
Zie, het land draagt nu vrucht tot Gods eer,
en er stijgt nu een geur op voor God, onze Heer,
geur van honing tot zijn heerlijkheid.
Wees dus steeds aan de Here toegewijd,
nu het schijnsel zo stralend wordt verspreid.
Werp nu het duister weg;
naar Sion onderweg!
Voor wie de geestesstrijd hier streed,
ligt thuis de krans gereed.
4.
Schaam u prediker, herder en leraar,
die het woord van de waarheid veracht.
U bezwijkt hier voor loon en voor ere,
naar het vlees wilt u graag zijn geacht.
Maar door ’t licht, door de Geest en het zwaard
wordt gemeten uw grootheid, gevonden uw waard,
en gewogen uw inhoud totaal,
want de Geest onderzoekt u helemaal.
En waar blijft dan uw pracht en al uw praal?
Gij bruid, maak u gereed!
Doe aan het hemels kleed!
Het oordeel Gods golft krachtig nu voort
op ’t land dat Hem behoort.
die het woord van de waarheid veracht.
U bezwijkt hier voor loon en voor ere,
naar het vlees wilt u graag zijn geacht.
Maar door ’t licht, door de Geest en het zwaard
wordt gemeten uw grootheid, gevonden uw waard,
en gewogen uw inhoud totaal,
want de Geest onderzoekt u helemaal.
En waar blijft dan uw pracht en al uw praal?
Gij bruid, maak u gereed!
Doe aan het hemels kleed!
Het oordeel Gods golft krachtig nu voort
op ’t land dat Hem behoort.