1.
Lof en dank voor Gods genade,
Hij is louter rijk en goed.
Zet zijn wil ons aan tot daden,
dan komt leven, overvloed!
Hij is louter rijk en goed.
Zet zijn wil ons aan tot daden,
dan komt leven, overvloed!
Refrein:
Haast u nu, reinig u,
geef toch alles op, ja, doe het nu.
Kom met spoed, God is goed,
Hij geeft kracht in overvloed.
geef toch alles op, ja, doe het nu.
Kom met spoed, God is goed,
Hij geeft kracht in overvloed.
2.
Nooit meer in het vlees genieten.
Kruisig dat en geef het op.
Stromen zullen uit u vlieten,
want Gods bron springt in u op.
Kruisig dat en geef het op.
Stromen zullen uit u vlieten,
want Gods bron springt in u op.
3.
Halleluja, dat is waarheid:
hij die uitstrooit, nog meer maait.
Gierigheid dus uitgebannen;
dom is hij die karig zaait.
hij die uitstrooit, nog meer maait.
Gierigheid dus uitgebannen;
dom is hij die karig zaait.
4.
Onze roeping is te zeeg’nen,
want wij hebben Christus’ Geest.
Goedheid wil ik laten reeg’nen,
Hem gelijken allermeest.
want wij hebben Christus’ Geest.
Goedheid wil ik laten reeg’nen,
Hem gelijken allermeest.
Refrein:
Kom met spoed, God is goed;
’t allerliefst geeft Hij in overvloed.
Kom zaai mee, doe naar ’t Woord,
’s hemels rijkdom ons behoort.
’t allerliefst geeft Hij in overvloed.
Kom zaai mee, doe naar ’t Woord,
’s hemels rijkdom ons behoort.
5.
Halleluja, wat een vreugde:
’t hemelrijk daalt in ons neer.
Al Gods rijkdom is voorhanden;
laat ons geven meer en meer.
’t hemelrijk daalt in ons neer.
Al Gods rijkdom is voorhanden;
laat ons geven meer en meer.