1.
Word toch wakker, dochter Sions!
Waarom kiest u voor de dood?
Waarom blijft u nog in Babel,
zoekt al zuchtende naar brood?
Zie, hoe treuren Sions wegen,
omdat u die niet betreedt,
terwijl Sion toch uw thuis is!
Ja, dat doet haar bitter leed.
Waarom kiest u voor de dood?
Waarom blijft u nog in Babel,
zoekt al zuchtende naar brood?
Zie, hoe treuren Sions wegen,
omdat u die niet betreedt,
terwijl Sion toch uw thuis is!
Ja, dat doet haar bitter leed.
2.
Laat geen wind van leer u drijven,
’t brengt u niets van wat u wilt.
Ook al zou u alles geven,
zo wordt honger nooit gestild.
Lang genoeg dronk u de beker
van de hoer, met troeb’le wijn.
Al te lang bent u betoverd
door een valse, vrome schijn.
’t brengt u niets van wat u wilt.
Ook al zou u alles geven,
zo wordt honger nooit gestild.
Lang genoeg dronk u de beker
van de hoer, met troeb’le wijn.
Al te lang bent u betoverd
door een valse, vrome schijn.
3.
Kom in waarheid tot bekering,
van de zondeband bevrijd!
Bid of God zijn Geest wil geven,
leraar ter gerechtigheid.
Op de weg van ’t licht nu voorwaarts,
naar de Godsstad in ’t verschiet,
waar uw strijden uit zal lopen
op een duizendstemmig lied!
van de zondeband bevrijd!
Bid of God zijn Geest wil geven,
leraar ter gerechtigheid.
Op de weg van ’t licht nu voorwaarts,
naar de Godsstad in ’t verschiet,
waar uw strijden uit zal lopen
op een duizendstemmig lied!
4.
God, de Rechter over allen,
onze Vader, vindt u daar,
en het offer voor de zonden,
Jezus, onze middelaar,
engelen bij duizendtallen,
de gemeente, toebereid,
plechtig, feestelijk vergaderd,
samen tot in eeuwigheid.
Word toch wakker, dochter Sions!
Houd uw heerlijkheid in zicht!
Zie uw ware thuis daarboven!
Sion, wat een vergezicht!
onze Vader, vindt u daar,
en het offer voor de zonden,
Jezus, onze middelaar,
engelen bij duizendtallen,
de gemeente, toebereid,
plechtig, feestelijk vergaderd,
samen tot in eeuwigheid.
Word toch wakker, dochter Sions!
Houd uw heerlijkheid in zicht!
Zie uw ware thuis daarboven!
Sion, wat een vergezicht!