1.
Help mij, Heer, te dienen in mijn leven,
nu gelegenheid daartoe bestaat.
Allen, allen kunnen wij iets geven:
een glas water - niets wat U ontgaat.
nu gelegenheid daartoe bestaat.
Allen, allen kunnen wij iets geven:
een glas water - niets wat U ontgaat.
2.
Hulp en zegen kunnen wij verspreiden
voor wie pijn heeft, moeite of verdriet.
Als uw Geest ons denken maar kan leiden,
anders zien we Jezus’ voetspoor niet.
voor wie pijn heeft, moeite of verdriet.
Als uw Geest ons denken maar kan leiden,
anders zien we Jezus’ voetspoor niet.
3.
Ach, hoe arm zijn zij die enkel streven
naar genot, voor zulk een korte tijd!
Zij verkiezen “ik en mij en ’t mijne”
boven schatten van de eeuwigheid.
naar genot, voor zulk een korte tijd!
Zij verkiezen “ik en mij en ’t mijne”
boven schatten van de eeuwigheid.
4.
O mijn Jezus, opent U mijn ogen!
Maak mijn hart als ’t uwe, goed en mild!
Leer mij buigen, nooit mijzelf verhogen,
onbaatzuchtig, zoals U het wilt!
Maak mijn hart als ’t uwe, goed en mild!
Leer mij buigen, nooit mijzelf verhogen,
onbaatzuchtig, zoals U het wilt!
5.
Kort is ’t leven, haast niet voor te stellen!
’t Vliegt voorbij, de jaren, als een trein.
Leer mij, God, mijn dagen zó te tellen,
dat mijn leven niet vergeefs zal zijn.
’t Vliegt voorbij, de jaren, als een trein.
Leer mij, God, mijn dagen zó te tellen,
dat mijn leven niet vergeefs zal zijn.