1.
Spoedig is de tijd ten einde,
rijp voor d’ oogst wordt nu de aard,
en de oogst der eerstelingen
wordt bij Jezus’ komst vergaard.
Op de wolken zal Hij komen
voor de duisternis valt in.
Dan is onze tijd gekomen:
tot de rust gaan wij dan in.
rijp voor d’ oogst wordt nu de aard,
en de oogst der eerstelingen
wordt bij Jezus’ komst vergaard.
Op de wolken zal Hij komen
voor de duisternis valt in.
Dan is onze tijd gekomen:
tot de rust gaan wij dan in.
2.
Houd uw roeping steeds voor ogen,
broeder, in verdrukkingstijd;
die is nodig om te rijpen.
Strijd dus in ’t geloof, verblijd!
U wordt los van deze aarde,
als u luistert naar zijn stem.
Vrij komt u van alle mensen,
welbehaaglijk wordt u Hem.
broeder, in verdrukkingstijd;
die is nodig om te rijpen.
Strijd dus in ’t geloof, verblijd!
U wordt los van deze aarde,
als u luistert naar zijn stem.
Vrij komt u van alle mensen,
welbehaaglijk wordt u Hem.
3.
Zie toch hen die achterblijven
als de stormen komen gaan:
na de oogst der eerstelingen
blijven zij hier troostloos staan.
Smart’lijk lijden zal dan volgen,
want zij hoorden niet naar ’t Woord.
Godsvrucht wilden zij niet leren,
werden slechts door d’ aard bekoord.
als de stormen komen gaan:
na de oogst der eerstelingen
blijven zij hier troostloos staan.
Smart’lijk lijden zal dan volgen,
want zij hoorden niet naar ’t Woord.
Godsvrucht wilden zij niet leren,
werden slechts door d’ aard bekoord.
4.
Christus’ Geest roept tot bekering
van de wereld. Hoor zijn stem!
Wordt u bij de oogst een eerst’ling,
zult u staan als bruid voor Hem?
Wie gehoorzaamt, zal dan zingen
’t nieuwe lied tot eer van God.
Heerst dan op de aard verschrikking:
u bent vrij dan; heerlijk lot!
van de wereld. Hoor zijn stem!
Wordt u bij de oogst een eerst’ling,
zult u staan als bruid voor Hem?
Wie gehoorzaamt, zal dan zingen
’t nieuwe lied tot eer van God.
Heerst dan op de aard verschrikking:
u bent vrij dan; heerlijk lot!