Lied

206

Laat niemand je geringschatten, ook al in je jeugd,

1.
Laat niemand je geringschatten, ook al in je jeugd,
maar wees voor wie geloven een voorbeeld in de deugd,
:/: in woord, in wandel, liefde, geloof en zuiverheid.
Volhard in deze dingen dan altijd! :/:
2.
Veel mensen lopen hier met een schijn van godsvrucht rond;
hun hart is ver van God, maar godsdienstig spreekt hun mond.
:/: Houd dezen op een afstand, ja mijd hen toch geheel;
heb aan hun boze werken toch geen deel. :/:
3.
En zeg je iets, spreek dan als het scherpe woord van God,
zodat in wat je doet alleen Hij verheerlijkt wordt,
:/: en dien als goede rentmeester nu zolang je leeft
met die genadegave die God geeft. :/:
4.
Wil jij een tolk van God zijn, houd dan je hart steeds rein
van aanzien des persoons, dat mag nooit je drijfveer zijn.
:/: Bedenk dat iedereen die je op je weg ontmoet,
ook recht heeft op dezelfde overvloed. :/:
5.
Jaag niet naar ijd’le winst, maar sta voor Gods aangezicht,
voeg juist voortdurend toe aan je schat die boven ligt.
:/: Niet wereldgelijkvormig, omdat je ’t schade acht.
Ja waak! dan kom je nooit in Satans macht. :/:
Geschreven in 1937 door Elihu Pedersen (gepubliceerd in 1937)Gecomponeerd door Nils FrykmanTekst © Stiftelsen Skjulte Skatters ForlagNorway ⋅ D